Restaurant
De Wipkip
Kuinre
             

Camping
Craneburcht
wipkip
  de eerste burcht van Kuinre Camping Craneburcht
Restaurant De Wipkip Kuinre
Nico en Elly Roelofsen
Kuinderweg 52
8315PX Luttelgeest
Tel.0527231480
Noordoostpolder
Flevoland-Nederland
Email info@craneburcht.nl
GPS;52°46’55°N 5°50’35°E
     

 

JAARTALLEN CYCLUS GESLACHT VAN KUINRE

Roofridders in de Noordoostpolder

In de 12e eeuw maakte het gebied dat wij nu Nederland noemen deel uit van het Duitse Rijk. Omdat de Duitse keizer onmogelijk overal zelf zijn gezag kon doen laten gelden gaf hij delen van het gebied en de daarbij behorende rechten in leen uit. Overal in Nederland ontstonden vorstendommen. Behalve de grotere zoals Utrecht, Holland, Brabant en Gelre waren er ook vele betrekkelijk kleine graafschappen en heerlijkheden die zich autonoom gedroegen en zich weinig aantrokken van de keizerlijke macht.
Friesland (het huidige Friesland en het noordelijk deel van Groningen) was door de keizer gezamenlijk aan de graaf van Holland en de bisschop van Utrecht in leen gegeven. Het lukte hen echter niet om dit landsheerlijk gezag te doen laten gelden. De Friezen erkenden het gezag van de Duitse Keizer, de bisschop van Utrecht en de graaf van Holland wel maar dulden in de praktijk op lokaal niveau geen enkel gezag boven zich.
Op de grens van dit ‘vrije’ Friesland en het Oversticht dat in handen was van het bisdom Utrecht, is de heerlijkheid Kuinre ontstaan. De eerste melding van de naam Kuinre komen we tegen in een oorkonde uit 1118. Hierin verkrijgt de Utrechtse bisschop Godebold door ruiling een ‘swechus juxtta Cunre’ met enige hoeven. In de oorkonde wordt een weide bedoeld die gelegen was aan de rivier de Kuinder, maar de locatie hiervan is niet precies bekend. In 1165 schonk de Utrechtse bisschop Godfried van Rhenen aan de Friezen van Lammerbroek een stuk grond nabij het huidige Kuinre. Deze schenking was naar alle waarschijnlijkheid de eerste aanzet tot de kolonisatie in de tweede helft van de 12e
eeuw en daarmee van het ontstaan van de nederzetting. De heerlijkheid Kuinre die in de loop der tijd ontstond moet ongeveer de grootte gehad hebben van de huidige Noordoostpolder.

VEEL GEBRUIKTE MIDDELEEUWSE BENAMINGEN
Keizer
         : hoogste vorstentitel
Bisschop
    : hoofd van een bisdom (kerkelijke provincie)
Graaf
          : oorspronkelijk een ambtenaar of rechter,
                     later een bestuurder
Heer
           : naam en titel van een landsheer, een bezitter van
                     een heerlijkheid (adellijke
bezitting)
Ridder
        : iemand die door de ridderslag (een slag met het plat van
                     een ontbloot zwaard
in de nek of op de schouder of rug
                     van een jonge edelman) is opgenomen in de
ridderstand.
Kastelein
    : oorspronkelijk een kasteelheer, een beheerder van een
                     logement of een
huisbewaarder van een slot of een groot
                     huis. Later een herbergier of
kroegbaas.
Ministeriaal
: gezant (afgevaardigde) van de bisschop.

 

JAARTALLEN CYCLUS VAN HET GESLACHT VAN KUINRE
(de namen van de heren van Kuinre zijn onderstreept)

stamboom Hendrik

Eind 11e - begin 12e eeuw
Ontstaan van het graafschap Kuinre. Het graafschap strekte zich uit van Stellingwerf in het noordoosten tot de (toen nog) eilanden Urk en Emmeloord in het zuidwesten.

1132
Op 29 mei 1132 wordt de kerk van Kuinre officieel genoemd als dochterkerk van de St.Odulfskerk te Staveren.

Circa 1165
Omstreeks dit jaar moet de burcht van Kuinre zijn gebouwd.

Circa 1190
Omstreeks 1190 wordt voor het eerst melding gemaakt van een heer van Kuinre, namelijk ene Hendrik van Kuinre ( ook wel Hendrik de Crane of Kraan genoemd ).

1195 - 1196
Hendrik I van Kuinre voert diverse rooftochten uit, onder andere tegen de Stellingwervers.

1196
Bij Kuinre komt het tot een treffen tussen de legers van graaf Willem, heer van Friesland, en Hendrik I van Kuinre. Hendrik van Kuinre wordt verslagen en verliest hierbij ongeveer 500 strijders (een voor die tijd zeer groot aantal). De burcht van Kuinre wordt door het leger van graaf Willem met de grond gelijk gemaakt.

1200 - 1204
Van 1200 tot 2101 en van 1202 tot 1204 is er strijd tussen de bisschop van Utrecht en de Hertog van Brabant enerzijds en de graven van Holland en Gelre anderzijds. Kuinre staat aan de kant van de bisschop. Holland en Gelre verliezen deze oorlogen. In 1204 komt er vrede tussen de bisschop en zijn vijanden. In het vredesverdrag wordt onder meer bepaald dat Hendrik I van Kuinre de goederen en rechten terugkrijgt die hem door graaf Willem waren ontnomen.

1204
Hendrik I van Kuinre is getuige als de bisschop van Utrecht, wanneer deze de bewoners van Holtpade (Weststellingwerf) aan de rivier de Linde vergunning verleent om aldaar een kapel te stichten. Omdat Hendrik als eerste edele in de rij getuigen wordt genoemd, kan men afleiden dat hij bij de bisschop in hoog aanzien stond.
 

1211
Hendrik I van Kuinre is getuige als bisschop Dirk van Utrecht een schenking doet aan het klooster Ruinen. Hij wordt wederom als één van de eersten genoemd.

1213 - 1263
Na het jaar 1213 wordt de naam van Hendrik I van Kuinre niet meer vermeld. Pas in het jaar 1263 wordt het duidelijk dat de vermoedelijke kleinzoon van Hendrik I, Hendrik II genaamd, heer van Kuinre is geworden.

circa 1225
Er is sprake van grote landverliezen door overstromingen in het gebied van de huidige Noordoostpolder.

1263
Hendrik II van Kuinre, de vermoedelijke kleinzoon van Hendrik I, wordt vermeld als heer van Kuinre. Hij is diverse malen getuige van de bisschop. Blijkens zijn plaats in de getuigenrij moet hij minder in aanzien hebben gestaan dan zijn grootvader.

1265
Bisschop van Utrecht staat Zwolle toe een jaarmarkt te houden op St. Bonifatius. Hendrik II van Kuinre is hierbij één van de getuigen.

1265 - 1275
Er is wederom een leemte in de geschiedenis van het geslacht Kuinre.

1275
Volrad van Kuinre is de heer van het graafschap Kuinre. Volrad van Kuinre bezegelt de stadsbrief van Genemuiden. De bisschop verheft het dorp Genemuiden tot een vrije stad en geeft het de rechten van Deventer, Zwolle en andere steden van Sallant.

1276
Op 8 juli staat de bisschop aan de schepenen en burgers van Zwolle toe om een weg aan te leggen tussen Zwolle en Lente en tot bestrijding van de kosten daar een tol te heffen. Volrad van Kuinre is hierbij één van de getuigen. Hij wordt hier Folrades miles de Kunre genoemd.

1294
Hendrik III van Kuinre, waarschijnlijk de broer van Volrad, wordt vermeld als de heer van Kuinre. Op 21 maart 1294 verklaart Hendrik III van Kuinre samen met andere ridders en ministerialen en steden een overeenkomst te hebben aangegaan tot handhaving hunner rechten.

1297
Hendrik III van Kuinre is aanwezig wanneer Egbert van Almelo een verdeling maakt tussen zijn kinderen uit zijn eerste en tweede huwelijk.

Circa 1300
Er is sprake van de aanwezigheid van een muntatelier op het eiland Emmeloord (het latere eiland Schokland).

1300-1320
De bisschop van Utrecht strijdt samen met de graaf van Holland tegen de Stellingwervers, die het land van Vollenhoven bedreigen. Ook Kuinre wordt hierbij het strijdtoneel.

1304
Op 25 april verklaren de raden en burgers van Tremonia (Dortmund) een verzoening te hebben bewerkstelligd tussen de heer van Kuinre en Renekius, burger van Tremonia, omtrent goederen die bij Kuinre zijn achtergehouden.

1315
Er wordt een uitspraak gedaan in een geschil tussen Herman van Kuinre en Johan van der Ese. Het betreft een geschil omtrent leengoederen waar beide aanspraak op maken.


In 1317 wordt voor het eerst vermeld dat Johan I heer van Kuinre is geworden.

1318
In 1318 wordt officieel vermeld dat Johan I de heerlijkheid Kuinre heeft geërfd van zijn neef Hendrik III van Kuinre. Johan I noemt zich “Domicellus de Kunre”. Dit wijst erop dat hij nog geen ridder is geworden.

Circa 1320
Er is sprake van grote overstromingen in het Zuiderzeegebied. Grote stukken land worden prijsgegeven aan de zee.
 
1325
Johan I van Kuinre wordt tot ridder geslagen.
Uit bisschoppelijke berekeningen uit deze tijd blijkt dat Johan I van Kuinre landerijen en goederen bezat in onder meer Elburg, Holten, Terwolde en Wijhe.

1327
Op 5 februari verklaart de bisschop van Utrecht dat hij de verschillende ridders, knapen en burgers van Deventer schadeloos zal stellen terzake de op 1 mei van dat jaar vervallende schuld jegens Johan I van Kuinre, waarvoor zij zich borg hadden gesteld. De schuld bedroeg 442 ££ zwarte Torn. De bisschop van Utrecht benoemt ook op deze 5e
februari heer Wouter van Keppel voor één jaar tot schout van Sallant. Hij volgt hiermee Johan I van Kuinre op als schout. In het voorjaar van 1327 blijkt Johan I van Kuinre in de Zuidelijke Nederlanden te zijn.

1328
Op 11 december verbiedt Graaf Willem van Holland zijn baljuwen en schouten om heer Johan I van Kuinre lastig te vallen wanneer deze Friezen (vijanden van de graaf) gevangen neemt of hen berooft.

1331
Herman I, zoon van Johan I van Kuinre, wordt in 1331 voor het eerst genoemd in een leenbrief.

1336-1346
In deze periode verpandt de bisschop Overijssel aan de graaf van Gelre (dus ook het graafschap Kuinre). Deze verpanding was noodzakelijk ter afdoening van de vele bisschoppelijke schulden.

1336
Op 26 maart is Johan I van Kuinre getuige van de bisschop van Utrecht wanneer hij de gemeente Paaslo en Dodeveen een vergunning verleent om bij Paaslo een kerk te bouwen.
Graaf Reinald van Gelre tracht Friesland aan zich te onderwerpen. Er is onder andere een veldslag bij Baarlo, waarbij ongeveer 2000 Friezen sneuvelen. Ook Kuinre heeft sterk onder deze oorlog te lijden. De burgers van onder meer Veenhuyzen en Kuinre zoeken steun bij de graaf van Holland.

1337
De graaf van Gelre moet afzien van zijn plan Friesland te onderwerpen. De Strijd wordt gestaakt en hierdoor keert ook in Kuinre de rust terug. Uit een verzoekschrift van een aantal vluchtelingen blijkt dat Johan I van Kuinre op 6 mei 1337 niet meer in leven is en dat zijn zoon niet in staat is de macht in het graafschap in handen te nemen.

1346
In dit jaar worden de bisschoppelijke schulden uit 1336 ingelost en komt er een einde aan de verpanding van het graafschap Kuinre aan de graaf van Gelre.

1347
Op 20 maart is Johan II van Kuinre getuige wanneer de schout van Twenthe, Reynoud van Coevorden, de bisschop trouw zweert.
Op 22 oktober van dat jaar verkoopt Gerard van Aeswe het goed Wijnvorden aan het klooster Ter Hunnepe. Hij vraagt de leenheer, Johan II van Kuinre, de kopers met deze goederen te belenen. De heer van Kuinre stemt in met deze belening tegen betaling van 1 £, met dien verstande dat de kopers niet gehouden zullen zijn de leenheer diensten te presenteren over het gekochte goed.

1348-1349
De heer van Kuinre steunt de bisschop van Utrecht in zijn strijd tegen de hertog van Gelre.

1349
Er komt een verzoening in de strijd tussen de bisschop van Utrecht en de hertog van Gelre. Johan II van Kuinre is ook bij deze vrede betrokken.

1352
Verdrag tussen de heer van Kuinre en de bisschop van Utrecht. Het verdrag hield in dat kooplieden, die op de kusten van Vollenhove schipbreuk zouden lijden, in bescherming zouden worden genomen.

1355
Op 6 juli zegelt Johan II, heer van Kuinre, een overeenkomst van zijn neven Hendrik en Johan van Kuinre met het klooster te Haske (Friesland) tot afstand van rechten op goederen bij Staphorst en Meppel in ruil voor tienden te Bullingerslag.

1357
De schepenen van Kampen zijn op 6 juni scheidslieden tussen Johan van Kuinre en de stad Hamburg wegens doodslag op zijn knaap Jacob Vlanderman. De stad Hamburg wordt echter onschuldig verklaard. Hierna schelden de partijen elkaar de toegebrachte schade kwijt en beloven elkaar vrede en vriendschap.

1360
Deventer zendt op 17 november een bode met een brief naar Hardenberg, waar de bisschop van Utrecht vertoeft. Deze brief handelt over de kooplieden die op zee bij Kuinre worden aangevallen.

1361
Herman I, heer van Kuinre, is waarschijnlijk betrokken bij een opstand van de bewoners van Stellingwerf en Steenwijkerwolt tegen de bisschop van Utrecht. De bisschop onderdrukt tot tweemaal toe bloedig deze rebellie.

1363
Herman I van Kuinre bedrijft zeeroverij ondanks een verdrag met de bisschop van Utrecht uit 1352. Op 1 augustus van dat jaar draagt Herman I, heer van Kuinre, zijn burcht en alles wat daarbij hoort op aan de bisschop van Utrecht. Hierbij houdt hij het erfleenrecht in dienstmanstaat. Dit is de tweede maal dat de bisschop een zekere invloed kreeg op de heer van Kuinre. De eerste maal was in 1201.

1371
Herman I van Kuinre wordt genoemd als erfgenaam van ridder Volrad van Kuinre. Hieruit kan men afleiden dat de beide zoons van ridder Volrad, Johan en Volrad, kinderloos zijn gestorven.
Op 15 juni bewerkt de hertog van Gelre een verzoening in een twist tussen de stad Amsterdam en de bisschop van Utrecht. Ook Herman I van Kuinre is hierbij betrokken.

1372
Ludolf van Ahaus klaagt over Herman I van Kuinre.

1373
De burgers van Deventer klagen over Herman I van Kuinre. Twee schepenen gaan
  naar Zwolle en Vollenhove om met Herman I van Kuinre te spreken over Deventer burgers die  lastig worden gevallen door Herman van Kuinre, hij belet ze op Holland te varen.

1374
Herman I van Kuinre verkoopt twee boterpachten te Haakswolde.

1374
Medio augustus zendt Deventer klachten over Herman I van Kuinre naar Zwolle. Er wordt gesproken over een rechtsdag tegen hem.

1375
Herman I van Kuinre ligt in onmin met de stad Groningen. Eind september schrijft Deventer een brief aan de stad Groningen, zeggende dat Deventer het op zich wil nemen met andere steden recht te spreken tussen Herman I van Kuinre en Groningen.
Op 13 november is Herman I van Kuinre bereid vrede te sluiten met de stad Hamburg.

1376
Er zijn meldingen dat Herman I van Kuinre kooplieden op zee berooft en er zijn rechtsdagen van de burgers van Hamburg en Staveren tegen Herman I van Kuinre. Dat jaar wordt Herman I van Kuinre vermoord. De Hamburgers worden hiervan door zijn zoon Herman II beschuldigd, waarbij hij zweert zich op hen te wreken. Hij voegt de daad bij het woord en valt de Hamburgers aan waar hij maar kan, zowel te land als ter zee. De stad Hamburg stuurt gezanten naar de steden Deventer, Zwolle en Kampen om hen te vragen te bemiddelen bij een verdrag met Herman II van Kuinre. De Hamburgers verklaren overigens dat ze onschuldig zijn aan de dood van Herman I. Na bemiddeling van de drie steden van Overijssel sluit Herman II van Kuinre in mei een vredesverdrag met Hamburg. Hierbij wordt Hamburg onschuldig verklaard aan de dood van Herman I. Het verdrag wordt getekend door Herman II, zijn bondgenoten en vrienden. Het verdrag werd tevens gesloten ten aanzien van de erfgenamen van Herman II. In juni van dat jaar berooft Herman II van Kuinre een schip op zee. Eind juni is in Zwolle een rechtsdag tegen Herman II van Kuinre. Hij wordt beschuldigd kooplieden op zee te beroven. In oktober is ook in Kampen een rechtsdag tegen Herman II van Kuinre. De stad Staveren beschuldigt hem van een aantal tegen de burgers van deze stad gepleegde misdrijven. Ook beschuldigd Kampen hem ervan dat hij zeerovers uit Engeland heeft toegelaten op zijn grondgebied. De stad drukt haar verwondering uit over het feit dat Herman zich met zulke lieden inlaat.

1377
12 februari verklaart Herman II van Kuinre dat de burgers van Kampen van geen goed dat zij in de heerlijkheid Kuinre brengen of daaruit voeren, te land of te water, geen andere tol verschuldigd zijn dan “Roedertol” (= tol voor vaartuigen die een roer bezaten). Voor elk schip bedroeg deze tol een halve oude konings tournoois.
13 februari scheldt Herman II de raad van schepenen van de stad Kampen een schuld van 1000 oude Frankrijkse schilden kwijt.
Uit stukken van 13 februari blijkt dat de burgers van Staveren Herman I, de vader van Herman II van Kuinre, hebben gedood, evenals enige van zijn vrienden en bondgenoten. (Zie bij het jaartal 1376).
In april wordt op het stadhuis van Deventer een bespreking gehouden tussen de heren Arend van Keppel, Henric van Essen, Herman II van Kuinre en de schepenen van Deventer over verschillende zaken van belang. De bespreking wordt met een maaltijd besloten,
In juni heeft Herman II van Kuinre in Deventer een gesprek met de bisschop over een geschil dat deze stad met hem heeft.
Een schip van een burger van Deventer wordt in september bij Kuinre beroofd.

1378
In januari arriveert in Deventer een bode uit Hamburg met een brief, zeggende dat Herman II van Kuinre de burgers van Hamburg verboden had op Amsterdam te varen.
In mei gaat een bode van Deventer naar Kampen met een brief handelend over Herman II van Kuinre en met de mededeling dat de schepenen van Deventer het wenselijk zouden vinden om meer tegen hem op te treden.

1379
De stad Dantzig vraagt Herman II van Kuinre haar burgers met rust te laten.
In september is er een rechtsdag tegen Herman II van Kuinre in Vollenhove. De stad Kampen vraagt hierbij te schrijven aan Brugge en Hamburg betreffende zaken die handelen over Herman II.
Op 12 oktober gaat een bode van Deventer naar Herman II van Kuinre met het verzoek om bij de Deventer schepenen in Vollenhove te komen.

1380
Op 21 september arriveert een bode uit Kampen in Deventer met de mededeling dat Herman II van Kuinre zeeroverij bedrijft.
Op 14 oktober is er een rechtsdag in Genemuiden tegen Herman II van Kuinre. Deze rechtsdag wordt gehouden door de steden Kampen, Zwolle en Deventer.
Op 17 oktober meldt de stad Deventer aan de steden Kampen en Zwolle dat Herman II van Kuinre zeeroverij bedrijft.

1381
Hertog Albert van Beyeren, graaf van Holland ontneemt Herman II van Kuinre de heerlijkheid Urk en Emmeloord en schenkt het aan de Hollandse edelman Dirk van Swieten.
In april is er opnieuw een rechtsdag in Vollenhove van de steden Zwolle, Kampen en Deventer tegen Herman II van Kuinre.

1382
Op 23 september handelt de bisschop in Vollenhove diverse zaken af
  betreffende Herman II van Kuinre en de Friezen van de Lemmer. Verder wordt er gesproken over een verzoening tussen Deventer en Herman II.

1383
In december brengt de bisschop in Vollenhove een verzoening tot stand tussen Deventer en Herman II van Kuinre.

1385
Herman II van Kuinre herziet het oude recht van de heerlijkheid Kuinre,

1387
Op 26 oktober sluit Herman II van Kuinre voor zichzelf, voor zijn kinderen en onderzaten, vrede met de stad Amsterdam.

1388
Er komt een wapenstilstand tussen Holland en de Friezen. Ook Herman II van Kuinre is hierbij betrokken.

1390
Op 19 april is in Zwolle een bespreking tussen Kampen, Zwolle en Herman II van Kuinre om tot overeenstemming te komen over het recht dat zij zouden spreken tussen de bisschop van Utrecht en de Friezen.

1391
Op 13 maart brengt een bode van de stad Deventer Herman II van Kuinre een brief met het verzoek deze verder te zenden aan de Friezen. De brief heeft betrekking op onderhandelingen die de Friezen met de bisschop van Utrecht voeren.
Op 12 mei stuurt Herman II van Kuinre een bode naar Deventer met het verzoek om uitstel van de berechting van een aantal gevangenen. Het betreft graaf Dirk van der Marck en ridder Evert van Ulft met wie Deventer van 1391 tot 1394 oorlog voerde.

1392
Op 7 januari doet de bisschop van Utrecht uitspraak in een geschil tussen Herman II van Kuinre en Hendrik van der Ese. Het geschil betreft aanspraken, die beide maken op gronden bij Havelte en Westerhesselen in Drenthe. De bisschop beslist dat deze gronden toebehoren aan Herman II van Kuinre.

1393
Op 28 februari procedeert Lutgard tegen haar broer Herman II van Kuinre.
Op 12 augustus onderhandelen schepenen van Deventer, Kampen en Zwolle
  in Vollenhove over het feit dat Herman II van Kuinre kooplieden op zee beroofd heeft. Men vraagt zich af wat men hier tegen kan doen.

1394
Er is wederom strijd tussen Hamburg en Herman II van Kuinre en zijn zoon Johan. Op 21 oktober wordt echter de vrede getekend.

1396
Hertog Albrecht van Beyeren besluit de Friezen te onderwerpen. Hij heeft daarbij de steun van Herman II van Kuinre, die hem op 27 augustus zijn kasteel in handen speelt. Dit was lijnrecht in strijd met de belangen van de bisschop van Utrecht. Deze maakte namelijk ook aanspraak op een deel van Friesland. In 1396 start de bisschop dan ook onderhandelingen om het kasteel te kopen. Troepen van hertog Albrecht plunderen op 27 augustus Kuinre.
Op 29 augustus is de grote slag tussen de troepen van de hertog en de Friezen bij Schoterzijl. Hierbij sneuvelen ongeveer 1400 Friezen. Herman II van Kuinre en zijn twee zoons, die inmiddels de zijde van de Friezen hebben gekozen, worden door de soldaten van de hertog gevangen genomen en naar Holland gebracht. De zonen van Herman II verblijven hierna nog gedurende een aantal jaren in Holland. Op 31 augustus verlaten de troepen van hertog Albrecht van Beyeren Kuinre.
Op 22 september krijgt Herman II van Kuinre kosten vergoed van een missie die hij in augustus van dat jaar naar de bisschop van Utrecht maakt.

1397
Er is een handelsoorlog op zee tussen Holland en Friesland. Er wordt veel schade geleden door de Noordduitse- en IJsselsteden.
De bisschop van Utrecht volgt de schermutselingen tussen Holland en Friesland nauwlettend. Hij wil de onderhandelingen betreffende Kuinre bespoedigen door aan te voeren dat Herman II van Kuinre een tiran is en dat er ernstige klachten van zijn onderdanen zijn.

1398
De zonen van Herman II van Kuinre gaan in 1398, na hun gedwongen verblijf in Holland, naar Staveren. Hier zijn zij vermoedelijk gestationeerd als schildknapen van graaf Willem. In juli landt Holland met een vloot van ongeveer 800 schepen bij Lammermeet in Friesland. Gaasterland en Staveren worden veroverd. In september huldigen Kuinre, Stellingwerf en Schoterwerf hertog Albrecht van Beyeren als hun heer. De hertog belooft dat deze plaatsen niet meer geregeerd zullen worden door Herman II van Kuinre. De heer van Kuinre zal echter wel zijn landerijen mogen behouden.

1399
Stellingwerf, Kuinre en Oostzingerland huldigen in juni hertog Albrecht als hun heer.
Op 15 augustus worden er betalingen gedaan aan de zonen van Herman II van Kuinre, Herman en Johan, wegens de dienst die zij hebben verricht te Staveren.
Holland heeft het moeilijk stand te houden in Friesland. In november worden er maatregelen genomen voor een nieuwe veldtocht tegen de Friezen. Ook Herman van Kuinre wordt gevraagd om aan deze veldtocht deel te nemen.

1400
De bisschop van Utrecht verklaart op 21 maart met enige dienstmannen, waaronder Herman van Kuinre en de steden Kampen, Deventer en Zwolle een verbond te zijn aangegaan tot handhaving van rust en orde in het land van de IJssel.
Dat jaar zijn er vele schermutselingen in Friesland. De stad Hamburg koos o.a. de zijde van Friesland. Ook was er een handelsoorlog gaande tussen Friesland en Engeland.

1401
Op 30 september sluiten Holland en Friesland een vredesverdrag. Hierbij wordt onder andere bepaald dat Holland Staveren mag behouden en versterken.

1404
Op13 oktober wordt Herman II van Kuinre door hertog Albrecht van Beyeren beleend met Emmeloord. Aan graaf Willem van Holland en Herman II van Kuinre wordt op 16 december geld uitgekeerd om ”mitten vrouwen te verseilen”; een kaartspel dat in die tijd zeer populair was.

1405
Hertog Willem van Holland beleent Herman II van Kuinre met de heerlijkheden Urk ten zuiden van de kerk en half Emmeloord met alle toebehoren.

1406
Herman en Hendrik, zonen van Herman II van Kuinre, verkopen land op Schokland.

1407
Herman III van Kuinre blijkt in aanzien te staan bij graaf Willem VI van Holland. Deze geeft hem op 12 juni een bedrag voor zijn verdiensten.
De bisschop van Utrecht koopt op 22 augustus met de hulp van de steden Kampen, Zwolle en Deventer het graafschap Kuinre van Herman II van Kuinre voor het bedrag van 6200 oude Frankische schilden. Het kasteel van Kuinre was van groot strategisch belang voor de bisschop in zijn strijd tegen de Friezen.
Herman II van Kuinre verklaart op 6 november samen met zijn twee zonen, dat de koopsom van de heerlijkheid Kuinre, die in jaarlijkse termijnen van 400 Frankische schilden betaald wordt, losbaar is met 5250 schilden met de verschenen rente.
Na 1407 resideert op het kasteel Kuinre een door de bisschop aangestelde ambtman/kastelein.

1411
De koopsom van 1407 wordt in termijnen betaald. Voor het laatst neemt Herman II van Kuinre geld in ontvangst op10 maart 1411. Op13 november ontvangt Herman III van Kuinre een rente van 60 kronen uit het dijkgraafschap de Oostwateringen op Walcheren.
Na dit jaar wordt er niets meer van Herman II van Kuinre vernomen.

1412
Het blijkt dat de broers Herman en Hendrik van Kuinre in 1412 geen eigen huis hebben, daar zij een kist met geld en papieren in bewaring geven bij de stad Kampen.
Herman II van Kuinre moet vóór 6 april van dat jaar gestorven zijn, daar zijn zoon Herman III op die datum wordt beleend met de eilanden Urk en Emmeloord.

1415
Herman III van Kuinre legt de rechten vast van zijn onderdanen te Urk en Emmeloord. Uit dit stuk blijkt dat er een “huis van Orck” bestond waar recht gesproken werd en dat beide eilandjes meerdere dorpen telden, elk met hun eigen schepenen.
Herman III van Kuinre geeft zijn broer Hendrik goederen te leen in het land van Vollenhove en de heerlijkheid de Eeze.
Ook wordt Herman III benoemd tot drost van Sallant, welke hoge functie hij tot 1417 bekleedt.
Van 1415-1421 is Hendrik van Kuinre, broer van Herman III ambtman van Diepenheim.

1416
Herman III van Kuinre belooft graaf Willem van Holland de sterkte op Urk altijd voor hem open te houden en van daaruit nooit de Hollanders schade te zullen toebrengen.

1417
Herman III van Kuinre wordt dit jaar opnieuw beleend met Urk en Emmeloord. Ditmaal door Jacoba van Beyeren.

1418 - 1420
Herbouw van het kasteel van Kuinre. Op 1 juni 1420 meldt bisschop Frederik van Blankenheim dat het slot Kuinre is herbouwd. Na 1420 blijven de eilanden Urk en Emmeloord nog enige tientallen jaren in het bezit van Herman III en zijn nazaten, evenals enige andere goederen. De familie raakt haar invloed en positie in de regio kwijt en velen van hen vestigen zich elders in het land.

1455 en 1492
Het kasteel Kuinre moet in deze jaren diverse malen beschermd worden tegen de zee. Ook wordt melding gemaakt dat het kasteel gedeeltelijk vervallen is.

1508
Het kasteel Kuinre wordt door Gelderse troepen onder aanvoering van Karel van Gelre veroverd.

1512
De kastelein van Kuinre, Herman Hagen, geeft 2167 goudstukken uit voor het herstel van het kasteel Kuinre.

Circa 1520
Heel Kuinre wordt platgebrand door oorlogshandelingen.

1524
Het kasteel Kuinre wordt veroverd door Gelderse troepen. De daarop volgende bezetting duurt tot 1527.

1531
Men begint met de afbraak van het kasteel Kuinre. De stenen van de vesting worden gebruikt om het pas gebouwde kasteel in Genemuiden te versterken.

1538
In 1538 is Johan Stelling de laatste kastelein van Kuinre. Na 1538 wordt het kasteleinschap van Kuinre verenigd met dat van Vollenhove.

     
        oude burcht










ridders











Kuinder burcht









Ridder restaurant de Wipkip











stad Kuinre










burcht

start craneburcht











            Henric de Crane 1











plattegrond eerste burcht










           Ridder 2










tweede burcht Kuinre











kastelen Kuinre
   
               nieuwlanderfgoed                          vvv                         scheepswrakken                     staatsbosbeheer